00198674-02_UM_SX12-V3_NL.pdf - 第101页

Gebruikershandleiding S IPLACE SX1/SX2 Machinever sies V2 en V3 2 Bedrijfsveiligheid Vanaf programmaversie SR.713.1 Editie 12/2020 2.10 Richtlijnen in zake elektrostatisch gevoelige componenten 101 – Be troff en medewerk…

100%1 / 368
2 Bedrijfsveiligheid Gebruikershandleiding SIPLACE SX1/SX2 Machineversies V2 en V3
2.9 Vergrendelen en aanbrengen van waarschuwende opschriften Vanaf programmaversie SR.713.1 Editie 12/2020
100
2.9.3 Testen
Onderhoudsmonteurs mogen schakelingen testen of beproeven door ze kortstondig te activeren
zonder vergrendelingen op te heffen. Dit geldt echter slechts als geen anderen nog werkzaamhe-
den uitvoeren aan de te testen of beproeven module.
Het is van het grootste belang dat alle overige start-druktoetsen zijn voorzien van de waarschu-
wing "Niet in werking stellen" om zo het onbedoeld starten van de installatie op dat moment te
verhinderen.
2.9.4 Verantwoordelijkheden en verplichtingen
Medewerkers, belast met klein onderhoud en revisie, hebben tot taak en zijn verplicht deze
procedure te volgen.
De onmiddellijke chef van medewerkers, belast met klein onderhoud en revisie, heeft tot taak
en is verplicht zijn ploeg medewerkers te instrueren in het volgen van deze procedure.
De veiligheidfunctionaris heeft tot taak en is verplicht de procedure te regelen inzake het ver-
grendelen zelf en het duiden van de vergrendeling van de bestukautomaat.
2.9.5 Scholing
De veiligheidvoorschriften stipuleren dat elke medewerker moet worden geschoold maar ook
dat niet elke medewerker wordt blootgesteld aan gevaar met eenzelfde gevarenklasse.
Daarom zijn veelomvattende scholingsmaatregelen niet voor elk individu vereist.
Om te bepalen hoeveel scholing een medewerker moet ondergaan, worden de medewerkers
onderverdeeld over drie categorieën die elk een eigen niveau qua scholing verlangen:
Geautoriseerde medewerkers.
Geautoriseerde medewerkers brengen hangsloten en waarschuwingen aan. Ze voeren
ook de werkzaamheden in de sfeer van klein onderhoud en revisie uit Ze moeten daarom
het meest weten over de manier van regelen van de verschillende energievoorzieningen.
In de eerste plaats moeten zij alle energiebronnen kennen en daaraan kunnen meten.
Geautoriseerde medewerkers moeten eveneens in staat zijn energiebronnen op te spo-
ren die niet zonder meer als zodanig te herkennen zijn. Zulke energiebronnen zijn te vin-
den in de vakgebieden elektrotechniek, mechanica, hydraulica, pneumatica, chemie,
thermische aspecten en zwaartekracht. Zodra deze medewerkers al deze energiebron-
nen kunnen onderscheiden, moet ze erin worden geschoold dergelijke bronnen van
energie te ontsluiten, te regelen en zonder gevaar weer te laten vrijkomen.
Gebruikershandleiding SIPLACE SX1/SX2 Machineversies V2 en V3 2 Bedrijfsveiligheid
Vanaf programmaversie SR.713.1 Editie 12/2020 2.10 Richtlijnen inzake elektrostatisch gevoelige componenten
101
Betroffen medewerkers
In deze categorie gaat het om medewerkers die elke te deactiveren bestukautomaat of
module kunnen bedienen. Daartoe worden ook medewerkers gerekend die op een afde-
ling werken waar de machines moeten worden vergrendeld resp. waar die vergrendeling
moet worden geduid. Deze medewerkers moet worden geïnformeerd over de essenties
van het beleid inzake het regelen van energie. Ze moeten weten waarom de procedure
voor het vergrendelen en duiden zo belangrijk is, hoe hangsloten en waarschuwende op-
schriften eruit zien en waarom die niet mogen worden weggenomen.
Alle anderen
Zoals de naam van deze categorie al aangeeft betreft dit alle medewerkers, die niet zijn
geautoriseerd resp. die op wie deze procedure geen betrekking heeft. Daartoe worden
kantoormedewerkers, directe en hogere leidinggevenden gerekend. Ook als de kring
van medewerkers niet is betrokken bij de te vergrendelen en te duiden machine-installa-
tie, is een zekere mate van scholing zinvol.
2.10 Richtlijnen inzake elektrostatisch gevoelige compo-
nenten
2.10.1 Wat zijn elektrostatisch gevoelige componenten?
Vrijwel alle moderne modules worden bestukt met hooggeïntegreerde componenten, uitgevoerd
in MOS-techniek. Deze elektronische componenten zijn vanuit technisch oogpunt gezien zeer ge-
voelig voor te hoge spanningen en dus ook voor elektrostatische ontladingen.
De beknopte aanduiding voor dergelijke elektrostatisch gevoelige componentengroepen is de En-
gelstalige afkorting ESD (Electrostatic Sensitive Device). In het Duits luidt die afkorting EGB: Elek-
trostatisch Gefährdeten Bauelementen. Het nevenstaande symbool, aangebracht op schakel- en
aansluitkasten, moduledragers of verpakkingen duidt op toepassing van elektrostatisch gevoelige
componenten en daarmee op de gevoeligheid van dergelijke modules voor aanraking door men-
sen.
Elektrostatisch gevoelige componenten kunnen door elektrische spanningen of
energievelden onherstelbaar beschadigd raken, ook als die spanningen of ener-
gieën onder het waarnemingsvermogen van de mens liggen. Dergelijke spanning
en energieën manifesteren zich al als een component of module wordt aangeraakt
door een niet-elektrostatisch geladen mens. Componenten, die aan dergelijke hoge spanningen
worden blootgesteld, worden meestal niet direct als defect herkend, omdat pas na langduriger ge-
bruik een minder goede werking te constateren is.
2 Bedrijfsveiligheid Gebruikershandleiding SIPLACE SX1/SX2 Machineversies V2 en V3
2.10 Richtlijnen inzake elektrostatisch gevoelige componenten Vanaf programmaversie SR.713.1 Editie 12/2020
102
2.10.2 Belangrijke maatregelen ter bescherming tegen statisch lading
De meeste kunststoffen zijn sterk oplaadbaar. Houd ze daarom beslist op afstand van gevoe-
lige componenten!
Moet u omgaan met elektrostatisch gevoelige componenten? Zorg dan voor een goede aar-
ding van u als mens, uw werkplek en de verpakking van uw componenten!
2.10.3 Omgang met modules, samengesteld uit elektrostatisch gevoelige compo-
nenten
Principieel geldt dat u modules, opgebouwd rond elektronische componenten, uitsluitend aan-
raakt als dat in verband met de uit te voeren werkzaamheden niet vermijdbaar is. Pak daarbij sub-
straatmodules zo op dat u niet in aanraking komt met de aansluitpennen van de componenten of
met de geleidersporen op printplaten.
U mag componenten uitsluitend aanraken,
als uw ESD-polsband doorlopend is geaard
als u ESD-schoeisel of ESD-schoenaardafleidstroken draagt die zijn aangesloten op een
voor ESD geschikte ondergrond.
U moet uw eigen lichaam ontladen voordat u een module met elektronische componenten aan-
raakt. Dat is heel simpel mogelijk door kort daarvoor een geleidend en geaard voorwerp aan te
raken (zoals metaalblanke delen van een schakelkast, een metalen waterleiding of iets derge-
lijks).
Breng modules niet in aanraking met oplaadbare en hoog-geïsoleerde stoffen, zoals kunststof-
folie, isolerende tafelbladen of bekleding, gemaakt van kunstvezel.
Leg modules uitsluitend op een geleidende ondergrond (zoals een tafel met ESD-tafelblad, gelei-
dend ESD-schuim, ESD-verpakkingen of ESD-transportvaten).
Breng dergelijke modules niet in de nabijheid van data-indicatoren, van beeldschermen of van te-
levisietoestellen. Houd ten minste een afstand aan van meer dan 10 cm tot beeldschermen.
2.10.4 Meten aan, en wijzigen van ESD-modules
Uitsluitend onder de volgende voorwaarden mag u metingen uitvoeren aan modules:
Het meetinstrument is geaard (via een veiligheidaardleider) of
voorafgaand aan de meting wordt de meetkop van een potentiaalvrij meetinstrument kort-
stondig ontladen (bijvoorbeeld door een metaalblanke behuizing van de stuurschakeling aan
te raken).
Moet u solderen? Gebruik dan uitsluitend een geaarde soldeerbout.