00198674-02_UM_SX12-V3_NL.pdf - 第126页

3 Technische specificaties en modules Gebruikershandleiding SIPL ACE SX1/SX2 Machineversies V2 en V3 3.7 Bestukkop Vanaf programmaversie SR.713.1 Editie 12-2020 126 3.7.2.2 T echnische specificaties voor de SIPLACE S pee…

100%1 / 368
Gebruikershandleiding SIPLACE SX1/SX2 Machineversies V2 en V3 3 Technische specificaties en modules
Vanaf programmaversie SR.713.1 Editie 12-2020 3.7 Bestukkop
125
3.7.2.1 Overzicht
3
Afb. 3.7 - 2 SIPLACE C&P20 P - Overzicht
(1) Persluchtaansluiting ten behoeve van twintig venturimondstukken van de pneumatische cir-
cuits voor afhalen, bestukken en arrêteren.
(2) Printplaat "Vacuümsensor voor het arrêteercircuit"
(3) Stermotor
(4) Greep
(5) DP-aandrijving, twintig aandrijvingen
(6) Ster met twintig pipetten
(7) Drukregelschuif
(8) Z-motor (lineaire motor)
(9) Terughaalcilinder
(5)
(1)
(7)
(2)
(3)
(4)
(6)
(8)
(9)
3 Technische specificaties en modules Gebruikershandleiding SIPLACE SX1/SX2 Machineversies V2 en V3
3.7 Bestukkop Vanaf programmaversie SR.713.1 Editie 12-2020
126
3.7.2.2 Technische specificaties voor de SIPLACE SpeedStar (C&P20 P)
3
SIPLACE SpeedStar (C&P20 P)
met componentencamera,
type 23
met componentencamera,
type 41
Componentenscala
*a
*)a Let erop dat het bestukbare scala componenten ook invloed ondervindt van de geometrie van de aansluit-
velden (de 'pads' op de printplaat), de klantspecifieke normen, de component-verpakkingstolerantie en de
componenttoleranties.
01005 tot 2220, Melf, SOT,
SOD
0201 (metrisch) tot 2220,
Melf, SOT, SOD, Bare-Die,
Flip-Chip
Componentspecificaties
max. hoogte
min. pootjesraster
min. pootjesbreedte
min. balraster
min. baldiameter
min. afmetingen
max. afmetingen
max. massa
4 mm
250 µm
100 µm
400 µm
200 µm
0,18 mm x 0,18 mm
6 mm x 6 mm
1 g
4 mm
80 µm
30 µm
100 µm
50 µm
0,12 mm x 0,12 mm
6 mm x 6 mm
1 g
Opzetkracht
1,3 N ±0,5 N (verstekwaarde)
0,5 N ... 4,5 N
Aanraakloos plaatsen
Pipettypes
40xx 40xx
X/Y-nauwkeurigheid
*b
*)b De nauwkeurigheidswaarden stemmen overeen met de voorwaarden, zoals gesteld in de omvang van le-
vering en verrichtingen van SIPLACE.
±41 µm / 3 ±41 µm / 3
Hoeknauwkeurigheid
±0,5° / 3 ±0,5° / 3
Belichtingsniveaus
55
Gebruikershandleiding SIPLACE SX1/SX2 Machineversies V2 en V3 3 Technische specificaties en modules
Vanaf programmaversie SR.713.1 Editie 12-2020 3.7 Bestukkop
127
3.7.3 Sensor voor het component-uitschotvat
De sensor voor het componentenuitschotvat ziet erop toe of het uitschotvat correct in zijn houder
rust.
Werd het uitschotvat niet correct geplaatst? Dan zal de bestukautomaat niet in werking ko-
men.
Springt het uitschotvat tijdens het arbeidsproces uit zijn houder? Dan wordt de bestukauto-
maat terstond tot stilstand gebracht om te voorkomen dat de kop schade oploopt.
3.7.4 Vacuümpomp (optioneel)
De vacuümpomp voor de SIPLACE SpeedStar is gemonteerd achter de componentinlopen op
stelplaats 1 in het machinegestel. Er zijn twee types beschikbaar:
Vacuümpomp VX4.25
Vacuümpomp
VX4.25/0-47 IE3
3.7.4.1 Overzicht - type VX4.25
Artikelnummer 03128463-xx Vacuümpomp VX4.25
3
Afb. 3.7 - 3 Overzicht - Vacuümpomp
(1) Inbouwlocatie voor de vacuümpomp
(2) Vacuümpomp VX 4.25
(1)
(2)