00198674-02_UM_SX12-V3_NL.pdf - 第194页

4 Opstellen en In bedrijf nemen Gebruikershandleiding SIPLACE SX 1/SX2 Machineversies V2 en V3 4.2 Infrastructurele voorzieningen op de plaat s van opstelling V anaf programmaversie SR.713.1 Editie 12-2020 194 4.2.2 Pers…

100%1 / 368
Gebruikershandleiding SIPLACE SX1/SX2 Machineversies V2 en V3 4 Opstellen en In bedrijf nemen
Vanaf programmaversie SR.713.1 Editie 12-2020 4.2 Infrastructurele voorzieningen op de plaats van opstelling
193
4.2 Infrastructurele voorzieningen op de plaats van
opstelling
4
4.2.1 Aanbevelingen inzake de hoedanigheden van de ondergrond
De ondergrond voor de bestukautomaat moet stevig en vlak zijn. Dynamische krachten kunnen
bij een werkende bestukautomaat leiden tot trillingen op de plaats van opstelling.De grootte van
zulke trillingen is het gevolg van de constructie van de ondergrond. Principieel geschikt zijn, mits
de parameters voor de bodembelasting en dergelijke worden aangehouden:
Vloerconstructie, uitgevoerd in gewapend beton, bijvoorbeeld verdiepingsvloeren in fabrieks-
hallen
Bodemplaten, uitgevoerd in gewapend beton, bijvoorbeeld betonnen vloeren in niet-onder-
kelderde fabriekshallen
Ruimten met dubbele vloeren, mits in de tussenruimte een stabiele fundatie is ingebracht.
Voor deze tussenfundatie worden de volgende eisen gesteld om te kunnen opstellen. De fun-
datie kan vervaardigd zijn van stalen liggers of van beton.
4.2.1.1 Maximale effenheid van de bodem
De ondergrond voor de bestukautomaat mag een maximaal afschot hebben van 0,63%. Dat komt
overeen met een verval van 5 mm over een strekkende lengte van 800 mm.
4.2.1.2 Massa van de machine en vloerbelasting
De waarden voor de machinemassa en de vloerbelasting treft u aan in paragraaf 3.5.1, bladzijde
112
.
WENK
Raadpleeg ook het document "Elektrotechnische en pneumatische configuratie voor
SMD-machines" (in de Duitse taal en in de Engelse taal, artikelnummer00197548-xx) dat
u gelijk met de levering van uw SIPLACE-bestukautomaat ontvangt.
4 Opstellen en In bedrijf nemen Gebruikershandleiding SIPLACE SX1/SX2 Machineversies V2 en V3
4.2 Infrastructurele voorzieningen op de plaats van opstelling Vanaf programmaversie SR.713.1 Editie 12-2020
194
4.2.2 Persluchtvoorziening
4
Afb. 4.2 - 1 Positie van de persluchtvoorziening in de bestukautomaat
(1) Inbouwpositie voor de persluchtvoorziening
4.2.2.1 Beproeven van de persluchtvoorziening
Beproef of de persluchtvoorziening overeenstemt met de voorgeschreven machinespecificaties
(zie de tabel in paragraaf 3.4
, bladzijde 109).
Noteer de eigenschappen van de persluchtvoorziening op de plaats van opstelling.
4
(1)
WAARSCHUWING
Letselgevaar!
Er bestaat gevaar voor letsel nabij drukvoerende persluchtleidingen!
Ontkoppel daarom nimmer drukvoerende persluchtleidingen.
Gebruikershandleiding SIPLACE SX1/SX2 Machineversies V2 en V3 4 Opstellen en In bedrijf nemen
Vanaf programmaversie SR.713.1 Editie 12-2020 4.2 Infrastructurele voorzieningen op de plaats van opstelling
195
4.2.2.2 Persluchtaansluiting op de bestukautomaat
4
Afb. 4.2 - 2 Persluchtmodule op de bestukautomaat
Legenda bij afbeelding 4.2 - 2
(1) Manometer voor de voedingdruk van portaal 1 en van portaal 2
Streefwaarde voor de druk: 0,46 ± 0,01 MPa, 4,6 ± 0,1 bar (uitleesbereik 0 ... 0,6 MPa, 0 ...
6 bar)
(2) Manometer voor de voedingdruk in de machinecomponenten0,5 ± 0,025 MPa, 5 ± 0,25 bar
(uitleesbereik 0 ... 0,6 MPa, 0 ... 6 bar)
(3) Manometer voor de voedingdruk in de toevoermodule voor omdozen
Streefdruk:0,25 ± 0,05 MPa, 2,5 ± 0,5 bar (uitleesbereik: 0 ... 0,6 MPa, 0 ... 6 bar)
(4) Manometer voor de inkomende druk
Streefdruk: 0,5 ... 1,0 MPa, 5 ... 10 bar (uitleesbereik: 0 ... 1,0 MPa, 0 ... 10 bar)
(5) Persluchtfilter
(6) Persluchtaansluiting
(7) Afsluiter in de stand 'OPEN'
(6)
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
(7)