GLM250 VF激光测距仪数据表.pdf - 第69页

Nederlands | 69 Bosch Power Tools 1 609 92A 1YW | (8.7 .16) Na afsluitin g van de laats te meting wordt het resultaat voor het gevraag- de lijnstuk „E” in de resultaatr egel c weergegeven. De afzonderlijke me et- waarden…

100%1 / 317
68 | Nederlands
1 609 92A 1YW | (8.7.16) Bosch Power Tools
De duurmeting wordt na 5 minuten automatisch uitgescha-
keld. De laatste meetwaarde blijft in de resultaatregel c weer-
gegeven.
Minimum- en maximummeting (zie afbeeldingen FG)
De minimummeting dient voor de bepaling van de kortste af-
stand vanuit een vast referentiepunt. Bijvoorbeeld ter onder-
steuning van de bepaling van verticale en horizontale lijnen.
De maximummeting dient voor de bepaling van de grootste af-
stand vanuit een vast referentiepunt. Bijvoorbeeld ter onder-
steuning van de bepaling van diagonale lijnen.
Voor de eenvoudige minimum- en maximummeting kiest u
eerst de functie lengtemeting en drukt u vervolgens op de
toets 13. In de resultaatregel c wordt „min” voor de mini-
mummeting weergegeven. Voor maximummetingen druk u
opnieuw op de toets 13 zodat „max” in de resultaatregel
wordt weergegeven. Druk vervolgens op de meettoets 7. De
laser wordt ingeschakeld en de meting begint.
Beweeg de laser zodanig over het gewenste doel heen en
weer (bijv. de hoek van een ruimte bij de bepaling van de dia-
gonale lijn) dat het referentiepunt van de meting (bijv. de punt
van de aanslagstift 18) steeds op dezelfde plaats blijft.
In de resultaatregel c wordt (afhanke-
lijk van de gekozen functie) de mini-
male of maximale meetwaarde weer-
gegeven. Deze wordt telkens
overschreven wanneer de actuele
lengtemeetwaarde kleiner of groter
dan de minimum- of maximumwaarde
tot dusver is. In de meetwaarderegels
a verschijnen de maximale („max”), minimale („min”) en ac-
tuele meetwaarde.
Druk voor het beëindigen van de minimum- of maximumme-
ting kort op de meettoets 7. Als u opnieuw op de meettoets
drukt, start de meting opnieuw.
De minimum- of maximummeting kan ook bij lengtemeting
binnen andere meetfuncties (bijvoorbeeld oppervlakteme-
ting) worden gebruikt. Druk daarvoor bij de bepaling van af-
zonderlijke meetwaarden op de toets 13, eenmaal voor de mi-
nimummeting of tweemaal voor de maximummeting. Duw
vervolgens op de meettoets 7 om de laserstraal in te schake-
len. Beweeg het meetgereedschap zo dat de gewenste mini-
mum- of maximumwaarde wordt gemeten en druk op de
meettoets 7 voor de overname van de minimum- of maximum-
waarde in de lopende berekening.
Bij vertraagde lengtemeting en in de afsteekfunctie zijn geen
minimum- of maximummetingen mogelijk.
De minimum- of maximummeting wordt na 5 minuten auto-
matisch uitgeschakeld.
Oppervlaktemeting
Druk voor oppervlaktemetingen zo vaak op de toets 4 tot in
het display de indicatie voor oppervlaktemeting ver-
schijnt.
Meet vervolgens lengte en breedte na elkaar, net als bij een
lengtemeting. Tussen de beide metingen blijft de laserstraal
ingeschakeld.
Na afsluiting van de tweede meting
wordt de oppervlakte automatisch
berekend en in de resultaatregel c
weergegeven. De afzonderlijke meet-
waarden staan in de meetwaardere-
gels a.
Inhoudsmeting
Druk voor inhoudsmetingen zo vaak op de toets 4 tot in het
display de indicatie voor inhoudsmeting verschijnt.
Meet vervolgens lengte, breedte en hoogte na elkaar, net als
bij een lengtemeting. Tussen de drie metingen blijft de laser-
straal ingeschakeld.
Na afsluiting van de derde meting
wordt de inhoud automatisch bere-
kend en in de resultaatregel c weerge-
geven. De afzonderlijke meetwaar-
den staan in de meetwaarderegels a.
Waarden boven 999999 m
3
kunnen
niet worden weergegeven. In het dis-
play verschijnt „ERROR” en
––––”. Verdeel de te meten inhoud in verschillende metin-
gen waarvan u de waarden apart berekent en vervolgens op-
telt.
Indirecte lengtemeting (zie afbeeldingen HK)
De indirecte lengtemeting dient voor het bepalen van afstan-
den die niet rechtstreeks kunnen worden gemeten, omdat
een hindernis de laserstraal belemmert of omdat er geen doe-
loppervlak als reflector beschikbaar is. Correcte resultaten
worden alleen bereikt als de bij de meting vereiste rechte hoe-
ken nauwkeurig worden aangehouden (stelling van Pythago-
ras).
Let erop dat het referentiepunt van de meting (bijvoorbeeld
achterkant van het meetgereedschap) bij alle afzonderlijke
metingen binnen één complete meting op nauwkeurig op de-
zelfde plaats blijft (uitzondering: trapeziummeting).
Tussen de afzonderlijke metingen blijft de laserstraal inge-
schakeld.
Voor de indirecte lengtemeting staan vier meetfuncties ter be-
schikking waarmee telkens verschillende lijnstukken kunnen
worden gemeten. Voor de keuze van de meetfunctie drukt u
zo vaak op de functiewisseltoets 3 tot het symbool van de ge-
wenste meetfunctie in het display wordt weergegeven.
a) Enkele Pythagorasmeting (zie afbeelding H)
Druk zo vaak op de functiewisseltoets 3 tot in het display de
indicatie voor de enkele Pythagorasmeting verschijnt.
Meet net als bij een lengtemeting de lijnstukken „1” en „2” in
deze volgorde. Let erop dat tussen lijnstuk „1” en het ge-
vraagde lijnstuk „E” een rechte hoek bestaat.
1
2
OBJ_BUCH-947-007.book Page 68 Friday, July 8, 2016 10:44 AM
Nederlands | 69
Bosch Power Tools 1 609 92A 1YW | (8.7.16)
Na afsluiting van de laatste meting
wordt het resultaat voor het gevraag-
de lijnstuk „E” in de resultaatregel c
weergegeven. De afzonderlijke meet-
waarden staan in de meetwaardere-
gels a.
b) Dubbele Pythagorasmeting (zie afbeelding I)
Druk zo vaak op de functiewisseltoets 3 tot in het display de
indicatie voor de dubbele Pythagorasmeting verschijnt.
Meet net als bij een lengtemeting de lijnstukken „1”, „2” en
„3” in deze volgorde. Let erop dat tussen lijnstuk „1” en het
gevraagde lijnstuk „E” een rechte hoek bestaat.
Na afsluiting van de laatste meting
wordt het resultaat voor het gevraag-
de lijnstuk „E” in de resultaatregel c
weergegeven. De afzonderlijke meet-
waarden staan in de meetwaardere-
gels a.
c) Gecombineerde Pythagorasmeting (zie afbeelding J)
Druk zo vaak op de functiewisseltoets 3 tot in het display de
indicatie voor de gecombineerde Pythagorasmeting ver-
schijnt.
Meet net als bij een lengtemeting de lijnstukken „1”, „2” en
„3” in deze volgorde. Let erop dat tussen lijnstuk „1” en het
gevraagde lijnstuk „E” een rechte hoek bestaat.
Na afsluiting van de laatste meting
wordt het resultaat voor het gevraag-
de lijnstuk „E” in de resultaatregel c
weergegeven. De afzonderlijke meet-
waarden staan in de meetwaardere-
gels a.
d) Trapeziummeting (zie afbeelding K)
Druk zo vaak op de functiewisseltoets 3 tot in het display de
indicatie voor de trapeziummeting verschijnt.
Meet net als bij een lengtemeting de lijnstukken „1”, „2” en
„3” in deze volgorde. Let erop dat de meting van lijnstuk „3”
exact aan het eindpunt van lijnstuk „1” begint en dat tussen
de lijnstukken „1” en „2” en tussen „1” en „3 een rechte
hoek bestaat.
Na afsluiting van de laatste meting
wordt het resultaat voor het gevraag-
de lijnstuk „E” in de resultaatregel c
weergegeven. De afzonderlijke meet-
waarden staan in de meetwaardere-
gels a.
Vertraagde lengtemeting
De vertraagde lengtemeting helpt bijvoorbeeld bij het meten
op moeilijk bereikbare plaatsen of wanneer bewegingen van
het meetgereedschap tijdens de meting verhinderd moeten
worden.
Druk voor vertraagde lengtemeting zo vaak op de functiewis-
seltoets 3 tot in het display de indicatie voor vertraagde leng-
temeting verschijnt.
In de meetwaarderegel a wordt de tijdspanne vanaf het acti-
veren tot aan de meting weergegeven. De tijdspanne kan door
het indrukken van de plustoets 6 of de mintoets 12 tussen 1
en 60 seconden worden ingesteld.
Druk vervolgens op de meettoets 7
om de laserstraal in te schakelen en
op het doelpunt te richten. Druk op-
nieuw op de meettoets 7 om de me-
ting te activeren. De meting vindt
plaats na de gekozen tijdspanne. De
meetwaarde wordt in de resultaatre-
gel c weergegeven.
Optellen en aftrekken van meetresultaten, minimum- en maxi-
mummeting zijn bij vertraagde lengtemeting niet mogelijk.
Muuroppervlaktemeting (zie afbeelding L)
De muuroppervlaktemeting dient voor het bepalen van de
som van een aantal oppervlakten met een gemeenschappelij-
ke hoogte.
In het afgebeelde voorbeeld moet de totale oppervlakte wor-
den bepaald van een aantal muren met dezelfde hoogte A,
maar van verschillende lengte B.
Druk voor muuroppervlaktemetingen zo vaak op de functie-
wisseltoets 3 tot in het display de indicatie voor muuropper-
vlaktemeting verschijnt.
Meet net als bij een lengtemeting de hoogte A van de ruimte.
De meetwaarde („cst”) wordt in de bovenste meetwaardere-
gel a weergegeven. De laser blijft ingeschakeld.
Meet vervolgens de lengte B
1
van de
eerste muur. De oppervlakte wordt
automatisch berekend en in de resul-
taatregel c weergegeven. De lengte-
meetwaarde staat in de middelste
meetwaarderegel a. De laser blijft in-
geschakeld.
Meet vervolgens de lengte B
2
van de
tweede muur. De in de middelste
meetwaarderegel a weergegeven af-
zonderlijke meetwaarde wordt bij de
lengte B
1
opgeteld. Het totaal van de
beide lengten („sum”, weergegeven
in de onderste meetwaarderegel a)
wordt met de opgeslagen hoogte A
vermenigvuldigd. De totale oppervlaktewaarde wordt in de
resultaatregel c weergegeven.
U kunt een willekeurig aantal lengten B
X
meten. Deze worden
opgeteld en met de hoogte A vermenigvuldigd.
Voorwaarde voor een correcte oppervlakteberekening is dat
de eerste gemeten lengte (in het voorbeeld de hoogte van de
ruimte A) voor alle deeloppervlakten identiek is.
1
32
1
3
2
1
3
2
OBJ_BUCH-947-007.book Page 69 Friday, July 8, 2016 10:44 AM
70 | Nederlands
1 609 92A 1YW | (8.7.16) Bosch Power Tools
Voor een nieuwe muuroppervlaktemeting met nieuwe ruimte-
hoogte A drukt u driemaal op de toets 16.
Afsteekfunctie (zie afbeelding M)
De afsteekfunctie dient voor het uitzetten van een vast lijn-
stuk (afsteekwaarde) dat gemeten of ingevoerd kan worden.
Deze functie is bijvoorbeeld nuttig bij het markeren van af-
standen voor tussenmuren in de droge bouw.
Druk voor de afsteekfunctie zo vaak op de functiewisseltoets
3 tot in het display de indicatie voor de afsteekfunctie ver-
schijnt.
De afsteekwaarde kan als volgt worden ingesteld:
Als u een bekende waarde wilt invoeren, drukt u zo lang op
de plustoets 6 of de mintoets 12 tot de gewenste waarde
in de bovenste meetwaarderegel a wordt weergegeven.
Als u de plustoets 6 of de mintoets 12 lang indrukt, lopen
de waarden continu verder. De laser wordt nog niet inge-
schakeld.
Als u de afsteekwaarde wilt meten, drukt u de meettoets 7
eenmaal kort in om te richten en nogmaals kort om te me-
ten. Daarna blijft de laserstraal ingeschakeld.
De gemeten of ingevoerde afsteekwaarde kan door het in-
drukken van de plustoets 6 of de mintoets 12 gecorrigeerd
worden.
Druk na het vastleggen van de afsteekwaarde de meettoets 7
lang in om met het meten te beginnen.
Beweeg vervolgens het meetgereedschap voor het afsteken
in de gewenste richting. In de resultaatregel c wordt voortdu-
rend de actuele meetwaarde van het totale meettraject weer-
gegeven. In de bovenste meetwaarderegel a staat nog steeds
de gekozen afsteekwaarde.
In de middelste en onderste meetwaarderegel a staan de fac-
tor („x”), hoeveel keer de afsteekwaarde in het totale meet-
traject aanwezig is, en het verschil („dif”) tussen een veel-
voud van de afsteekwaarde als geheel getal en het totale
traject.
Als het totale meettraject iets geringer is dan een veelvoud als
geheel getal, wordt een negatieve verschilwaarde en het vol-
gende hogere veelvoud van de afsteekwaarde weergegeven.
Beweeg het meetgereedschap zo lang tot in de middelste
meetwaarderegel a het gewenste veelvoud van de afsteek-
waarde staat en de verschilwaarde in de onderste meetwaar-
deregel a „0,0 m” bedraagt. Breng vervolgens het referentie-
punt van de meting over.
Voorbeelden:
a) Positieve verschilwaarde:
7,4 m = (12 x 0,6m) + 0,2 m
In een totaal traject van 7,4 m is de af-
steekwaarde van 0,6 m 12 keer aan-
wezig. Bovendien bevat het totale tra-
ject nog een rest van 0,2 m. Verkort
de afstand tussen meetgereedschap
en uitgangspunt met de verschilwaar-
de 0,2 m en breng vervolgens de
lengte over.
b) Negatieve verschilwaarde:
7,0 m = (12 x 0,6 m) 0,2 m
In een totaal traject van 7,0 m ontbre-
ken 0,2 m om de afsteekwaarde van
0,6 m 12 keer aanwezig te laten zijn.
Vergroot de afstand tussen meetge-
reedschap en uitgangspunt met
0,2 m en breng vervolgens de lengte
over.
Door het kort indrukken van de meettoets 7 onderbreekt u de
afsteekfunctie. Als u lang op de meettoets 7
drukt, start de af-
steekfunctie opnieuw (met dezelfde afsteekwaarde).
De afsteekfunctie wordt na 5 minuten automatisch uitgescha-
keld. Als u de functie eerder wilt beëindigen, drukt u een van
de toetsen voor meetfuncties is.
Lijst van de laatste meetwaarden
Het meetgereedschap slaat de laatste 30 meetwaarden en de
bijbehorende berekeningen op en toont deze in omgekeerde
volgorde (de laatste meetwaarde eerst).
Druk voor het opvragen van de opge-
slagen metingen op de toets 15. In
het display verschijnt het resultaat
van de laatste meting, naast de indi-
cator voor de meetwaardenlijst d en
een teller voor de nummering van de
weergegeven metingen.
Als bij het opnieuw indrukken van de toets 15 geen andere
metingen zijn opgeslagen, keert het meetgereedschap terug
naar de laatste meetfunctie. Als u de meetwaardenlijst wilt
verlaten, drukt u een van de toetsen voor meetfuncties in.
Als u de momenteel weergegeven vermelding uit de meet-
waardenlijst wilt verwijderen, drukt u kort op de toets 16. Als
u de hele meetwaardenlijst wilt verwijderen, houdt u de toets
meetwaardenlijst 15 ingedrukt en drukt u tegelijkertijd kort
op de toets 16.
Meetwaarden verwijderen
Door het kort indrukken van de toets 16 kunt u in alle meet-
functies de laatst gemeten afzonderlijke meetwaarde verwij-
deren. Door het meermaals kort indrukken van de toets wor-
den de afzonderlijke meetwaarden in omgekeerde volgorde
verwijderd.
In de functie muuroppervlaktemeting wordt de laatste meet-
waarde verwijderd als u de toets 16 de eerste keer kort in-
drukt, bij de tweede keer indrukken alle lengten B
X
en bij de
derde keer indrukken de ruimtehoogte A.
Meetwaarden optellen
Als u meetwaarden wilt optellen, voert u eerst een willekeuri-
ge meting uit of kiest u een vermelding uit de meetwaarden-
lijst. Druk vervolgens op de plustoets 6. In het display ver-
schijnt ter bevestiging „+”. Voer vervolgens een tweede
meting uit of kies nog een vermelding uit de meetwaardenlijst.
Druk voor het opvragen van de som
van beide metingen op de resultaat-
toets 5. De berekening wordt in de
meetwaarderegels a weergegeven.
De som staat in de resultaatregel c.
Na berekening van de som kunnen bij
dit resultaat overige meetwaarden of
OBJ_BUCH-947-007.book Page 70 Friday, July 8, 2016 10:44 AM