GLM250 VF激光测距仪数据表.pdf - 第71页
Nederlands | 71 Bosch Power Tools 1 609 92A 1YW | (8.7 .16) vermeldingen uit de meetwaarde nlijst worden opgeteld als vóór de meting telkens de plustoets 6 wordt ingedrukt. De op- telling wordt beëindigd door het indrukk…

70 | Nederlands
1 609 92A 1YW | (8.7.16) Bosch Power Tools
Voor een nieuwe muuroppervlaktemeting met nieuwe ruimte-
hoogte A drukt u driemaal op de toets 16.
Afsteekfunctie (zie afbeelding M)
De afsteekfunctie dient voor het uitzetten van een vast lijn-
stuk (afsteekwaarde) dat gemeten of ingevoerd kan worden.
Deze functie is bijvoorbeeld nuttig bij het markeren van af-
standen voor tussenmuren in de droge bouw.
Druk voor de afsteekfunctie zo vaak op de functiewisseltoets
3 tot in het display de indicatie voor de afsteekfunctie ver-
schijnt.
De afsteekwaarde kan als volgt worden ingesteld:
– Als u een bekende waarde wilt invoeren, drukt u zo lang op
de plustoets 6 of de mintoets 12 tot de gewenste waarde
in de bovenste meetwaarderegel a wordt weergegeven.
Als u de plustoets 6 of de mintoets 12 lang indrukt, lopen
de waarden continu verder. De laser wordt nog niet inge-
schakeld.
– Als u de afsteekwaarde wilt meten, drukt u de meettoets 7
eenmaal kort in om te richten en nogmaals kort om te me-
ten. Daarna blijft de laserstraal ingeschakeld.
– De gemeten of ingevoerde afsteekwaarde kan door het in-
drukken van de plustoets 6 of de mintoets 12 gecorrigeerd
worden.
Druk na het vastleggen van de afsteekwaarde de meettoets 7
lang in om met het meten te beginnen.
Beweeg vervolgens het meetgereedschap voor het afsteken
in de gewenste richting. In de resultaatregel c wordt voortdu-
rend de actuele meetwaarde van het totale meettraject weer-
gegeven. In de bovenste meetwaarderegel a staat nog steeds
de gekozen afsteekwaarde.
In de middelste en onderste meetwaarderegel a staan de fac-
tor („x”), hoeveel keer de afsteekwaarde in het totale meet-
traject aanwezig is, en het verschil („dif”) tussen een veel-
voud van de afsteekwaarde als geheel getal en het totale
traject.
Als het totale meettraject iets geringer is dan een veelvoud als
geheel getal, wordt een negatieve verschilwaarde en het vol-
gende hogere veelvoud van de afsteekwaarde weergegeven.
Beweeg het meetgereedschap zo lang tot in de middelste
meetwaarderegel a het gewenste veelvoud van de afsteek-
waarde staat en de verschilwaarde in de onderste meetwaar-
deregel a „0,0 m” bedraagt. Breng vervolgens het referentie-
punt van de meting over.
Voorbeelden:
a) Positieve verschilwaarde:
7,4 m = (12 x 0,6m) + 0,2 m
In een totaal traject van 7,4 m is de af-
steekwaarde van 0,6 m 12 keer aan-
wezig. Bovendien bevat het totale tra-
ject nog een rest van 0,2 m. Verkort
de afstand tussen meetgereedschap
en uitgangspunt met de verschilwaar-
de 0,2 m en breng vervolgens de
lengte over.
b) Negatieve verschilwaarde:
7,0 m = (12 x 0,6 m) – 0,2 m
In een totaal traject van 7,0 m ontbre-
ken 0,2 m om de afsteekwaarde van
0,6 m 12 keer aanwezig te laten zijn.
Vergroot de afstand tussen meetge-
reedschap en uitgangspunt met
0,2 m en breng vervolgens de lengte
over.
Door het kort indrukken van de meettoets 7 onderbreekt u de
afsteekfunctie. Als u lang op de meettoets 7
drukt, start de af-
steekfunctie opnieuw (met dezelfde afsteekwaarde).
De afsteekfunctie wordt na 5 minuten automatisch uitgescha-
keld. Als u de functie eerder wilt beëindigen, drukt u een van
de toetsen voor meetfuncties is.
Lijst van de laatste meetwaarden
Het meetgereedschap slaat de laatste 30 meetwaarden en de
bijbehorende berekeningen op en toont deze in omgekeerde
volgorde (de laatste meetwaarde eerst).
Druk voor het opvragen van de opge-
slagen metingen op de toets 15. In
het display verschijnt het resultaat
van de laatste meting, naast de indi-
cator voor de meetwaardenlijst d en
een teller voor de nummering van de
weergegeven metingen.
Als bij het opnieuw indrukken van de toets 15 geen andere
metingen zijn opgeslagen, keert het meetgereedschap terug
naar de laatste meetfunctie. Als u de meetwaardenlijst wilt
verlaten, drukt u een van de toetsen voor meetfuncties in.
Als u de momenteel weergegeven vermelding uit de meet-
waardenlijst wilt verwijderen, drukt u kort op de toets 16. Als
u de hele meetwaardenlijst wilt verwijderen, houdt u de toets
meetwaardenlijst 15 ingedrukt en drukt u tegelijkertijd kort
op de toets 16.
Meetwaarden verwijderen
Door het kort indrukken van de toets 16 kunt u in alle meet-
functies de laatst gemeten afzonderlijke meetwaarde verwij-
deren. Door het meermaals kort indrukken van de toets wor-
den de afzonderlijke meetwaarden in omgekeerde volgorde
verwijderd.
In de functie muuroppervlaktemeting wordt de laatste meet-
waarde verwijderd als u de toets 16 de eerste keer kort in-
drukt, bij de tweede keer indrukken alle lengten B
X
en bij de
derde keer indrukken de ruimtehoogte A.
Meetwaarden optellen
Als u meetwaarden wilt optellen, voert u eerst een willekeuri-
ge meting uit of kiest u een vermelding uit de meetwaarden-
lijst. Druk vervolgens op de plustoets 6. In het display ver-
schijnt ter bevestiging „+”. Voer vervolgens een tweede
meting uit of kies nog een vermelding uit de meetwaardenlijst.
Druk voor het opvragen van de som
van beide metingen op de resultaat-
toets 5. De berekening wordt in de
meetwaarderegels a weergegeven.
De som staat in de resultaatregel c.
Na berekening van de som kunnen bij
dit resultaat overige meetwaarden of
OBJ_BUCH-947-007.book Page 70 Friday, July 8, 2016 10:44 AM

Nederlands | 71
Bosch Power Tools 1 609 92A 1YW | (8.7.16)
vermeldingen uit de meetwaardenlijst worden opgeteld als
vóór de meting telkens de plustoets 6 wordt ingedrukt. De op-
telling wordt beëindigd door het indrukken van de resultaat-
toets 5.
Opmerkingen over de optelling:
– Lengte-, oppervlakte- en inhoudswaarden kunnen niet bij
elkaar worden opgeteld. Als bijvoorbeeld een lengte- en
een oppervlaktewaarde worden opgeteld, verschijnt bij
het indrukken van de resultaattoets 5 kort „ERROR” in het
display. Vervolgens keert het meetgereedschap terug naar
de meetfunctie die het laatst actief was.
– Er wordt telkens het resultaat van een meting (bijvoor-
beeld inhoudswaarde) opgeteld, bij duurmetingen de in de
resultaatregel c weergegeven meetwaarde. De optelling
van afzonderlijke meetwaarden uit de meetwaarderegels a
is niet mogelijk.
– Bij vertraagde lengtemeting en in de afsteekfunctie zijn
geen optellingen mogelijk. Reeds begonnen optellingen
worden bij overgang naar deze functies onderbroken.
Meetwaarden aftrekken
Als u meetwaarden wilt aftrekken,
drukt u op de mintoets 12. In het dis-
play verschijnt ter bevestiging „–”.
Ga verder te werk als bij „Meetwaar-
den optellen”.
Tips voor de werkzaamheden
Algemene aanwijzingen
De ontvangstlens 26 en de uitgang van de laserstraal 27 mo-
gen bij een meting niet afgedekt zijn.
Het meetgereedschap mag tijdens een meting niet bewogen
worden (met uitzondering van de functies duurmeting, mini-
mum- en maximummeting en afsteekfunctie). Leg daarom het
meetgereedschap indien mogelijk tegen een vast aanslag- of
steunoppervlak.
Invloeden op het meetbereik
Het meetbereik is afhankelijk van de belichting en de mate
van weerspiegeling van het meetoppervlak. Gebruik voor een
betere zichtbaarheid van de laserstraal bij werkzaamheden
buitenshuis en bij fel zonlicht de laserbril 31 (toebehoren) en
het laserdoelpaneel 32 (toebehoren), of zorg voor schaduw
op het doelpaneel.
Invloeden op het meetresultaat
Vanwege bepaalde eigenschappen van materialen kunnen bij
metingen op sommige oppervlakken foutmetingen niet wor-
den uitgesloten. Daartoe behoren:
– transparante oppervlakken zoals glas en water,
– spiegelende oppervlakken zoals gepolijst metaal en glas,
– poreuze oppervlakken zoals isolatiemateriaal,
– oppervlakken met een structuur, zoals pleisterwerk en na-
tuursteen.
Gebruik indien nodig op deze oppervlakken het laserdoelpa-
neel 32 (toebehoren).
Foute metingen zijn bovendien mogelijk op doeloppervlakken
waarop schuin wordt gericht.
Ook kunnen luchtlagen met verschillende temperaturen of in-
direct ontvangen weerspiegelingen de meetwaarde beïnvloe-
den.
Meten met aanslagstift (zie afbeeldingen B, C, F en G)
Het gebruik van de aanslagstift 18 is bijvoorbeeld geschikt
voor metingen vanuit hoeken (ruimtediagonalen) of moeilijk
bereikbare plaatsen zoals rails van rolluiken.
Druk op de vergrendeling 1 van de aanslagstift om de stift uit
of in te klappen of de positie ervan te veranderen.
Voor metingen vanaf buitenhoeken klapt u de aanslagstift op-
zij. Voor metingen vanaf de achterkant van de aanslagstift
klapt u de stift naar achteren.
Stel het referentieniveau voor metingen met aanslagstift door
het indrukken van de toets 8 overeenkomstig in (voor metin-
gen met zijwaartse aanslagstift op meten vanaf achterkant
van meetgereedschap).
Richten met de libel
Met de libel 14 kunt u het meetgereedschap eenvoudig water-
pas uitrichten. Daarmee kunt gemakkelijker richten op het
doeloppervlak, vooral op grotere afstanden.
De libel 14 is in combinatie met de laserstraal niet geschikt
voor waterpaswerkzaamheden.
Richten met de richtlens (GLM 250 VF) (zie afbeelding N)
De zichtlijn door de richtlens en de laserstraal verlopen paral-
lel aan elkaar. Daardoor wordt nauwkeurig richten over lange
afstanden mogelijk gemaakt als de laserpunt met het blote
oog niet meer zichtbaar is.
Kijk voor het richten door de zoeker 10 van de richtlens. Let
erop dat het venster 25 van de richtlens vrij en schoon is.
Opmerking: Op korte afstand overlappen het feitelijke en het
weergegeven doelpunt elkaar niet.
Richten met uitlijnhulp (zie afbeelding O)
Met de richtindicatie 24 kan het richten over grote afstanden
worden vergemakkelijkt. Kijk daarvoor langs de richtindicatie
aan de zijkant van het meetgereedschap. De laserstraal ver-
loopt parallel aan deze zichtlijn.
Werkzaamheden met het statief (toebehoren)
Het gebruik van een statief is vooral bij grotere afstanden
noodzakelijk. Zet het meetgereedschap met de 1/4"-schroef-
draad 21 op de snelwisselplaat van het statief 30 of een in de
handel verkrijgbaar fotostatief. Schroef het met de vastzet-
schroef van de snelwisselplaat vast.
Stel het referentievlak voor metingen met de aanslagstift door
het indrukken van de toets 8 overeenkomstig in (referentie-
vlak schroefdraad).
Oorzaken en oplossingen van fouten
Oorzaak Oplossing
Temperatuurwaarschuwing (i) knippert, meting niet
mogelijk
Meetgereedschap buiten
bedrijfstemperatuur van – 10 °C
tot +50 °C (in functie duurmeting
tot +40 °C).
Wacht tot het
meetgereedschap
bedrijfstemperatuur
bereikt
OBJ_BUCH-947-007.book Page 71 Friday, July 8, 2016 10:44 AM

72 | Nederlands
1 609 92A 1YW | (8.7.16) Bosch Power Tools
Het meetgereedschap controleert de juiste
werking bij elke meting. Als een defect
wordt vastgesteld, knippert in het display
alleen nog het hiernaast staande symbool.
In dit geval of wanneer de fout niet met de
bovengenoemde maatregelen kan worden
verholpen, dient u het meetgereedschap via uw leverancier
naar de klantenservice van Bosch te sturen.
Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
U kunt de nauwkeurigheid van het meetgereedschap als volgt
controleren:
– Kies een duurzaam onveranderlijke meetafstand van ca. 1
tot 10 meter, waarvan u de lengte precies kent (bijvoor-
beeld kamerbreedte, deuropening). De meetafstand moet
binnenshuis liggen. Het doeloppervlak van de meting moet
glad en goed reflecterend zijn.
– Meet de afstand tien opeenvolgende keren.
De afwijking van de afzonderlijke metingen van de gemiddel-
de waarde mag maximaal ±1,5 mm bedragen. Houd de me-
tingen bij, zodat u de nauwkeurigheid op een later tijdstip
kunt vergelijken.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het
meegeleverde beschermetui.
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloei-
stoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen
reinigings- of oplosmiddelen.
Verzorg in het bijzonder de ontvangstlens 26 met dezelfde
zorgvuldigheid waarmee een bril of een cameralens moeten
worden behandeld.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde-
len altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens
het typeplaatje van het meetgereedschap.
Verzend het meetgereedschap in het beschermetui 28 in het
geval van een reparatie.
Klantenservice en gebruiksadviezen
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie
en onderhoud van uw product en over vervangingsonderde-
len. Explosietekeningen en informatie over vervangingson-
derdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
Het Bosch-team voor gebruiksadviezen helpt u graag bij vra-
gen over onze producten en toebehoren.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde-
len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol-
gens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 588 0595
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen
op een voor het milieu verantwoorde manier te worden herge-
bruikt.
Gooi meetgereedschappen, accu’s en batterijen niet bij het
huisvuil.
Batterijwaarschuwing (f) verschijnt
Batterijspanning wordt minder
(meting nog mogelijk)
Batterijen of accu’s
vervangen
Batterijwaarschuwing (f) knippert, meting niet mogelijk
Batterijspanning te laag Batterijen of accu’s
vervangen
Indicaties „ERROR” en „–––––” in het display
Hoek tussen laserstraal en doel is
te klein.
Vergroot de hoek tussen
de laserstraal en het
doel
Doeloppervlak weerspiegelt te
sterk (bijv. spiegel) of te zwak
(bijv. zwart textiel) of
omgevingslicht is te sterk.
Gebruik het
laserdoelpaneel 32
(toebehoren)
Uitgang laserstraal 27 of
ontvangstlens 26 zijn beslagen
(bijv. door snelle
temperatuurverandering).
Wrijf de uitgang
laserstraal 27 of de
ontvangstlens 26 droog
met een zachte doek
Berekende waarde is groter dan
999999 m/m
2
/m
3
.
Berekening in
tussenstappen verdelen
Indicatie „ERROR” knippert boven in het display
Optellen of aftrekken van
meetwaarden met verschillende
maateenheden
Alleen meetwaarden
met dezelfde
maateenheden optellen
of aftrekken
Meetresultaat onwaarschijnlijk
Doeloppervlak weerspiegelt niet
duidelijk (bijv. water of glas).
Dek het doeloppervlak
af
Uitgang laserstraal 27 of
ontvangstlens 26 is afgedekt.
Houd de uitgang
laserstraal 27 of
ontvangstlens 26 vrij
Obstakel in het verloop van de
laserstraal
Laserpunt moet volledig
op doeloppervlak liggen.
Verkeerd referentieniveau
ingesteld
Kies een bij de meting
passend
referentieniveau
Oorzaak Oplossing
OBJ_BUCH-947-007.book Page 72 Friday, July 8, 2016 10:44 AM